|
|
19 februari 2005, door Hans Schets
|
In welk perspectief plaatsten we nu het WK
kwalificatie toernooi van Januari waaraan Nederland deel heeft
genomen en waar Slowakije groepswinnaar werd, Polen tweede
eindigde en Nederland, uiteindelijk derde werd voor Azerbeidjaan.
Met een hele jonge ploeg heeft Nederland aan
dat kwalificatietoernooi deelgenomen. Tegen Polen werd toentertijd
met 32-25 verloren. Achteraf gezien werd in deze wedstrijd de
kwalificatie voor de play-off verspeeld. Het was de wedstrijd van
de gemiste kansen en een wedstrijd waarin de beide Nederlandse
keepers niet hun beste dag hadden. Slowakije werd in januari
zwakker ingeschat dan Polen. Maar juist de Slowaken verraste en
wonnen met duidelijke cijfers: 35-21 van Nederland. Toen op de
laatste dag Slowakije Polen versloeg was duidelijk dat Nederland
haar kansen in de eerste wedstrijd had onderschat en kwalificatie
daar verspeeld werd, immers Nederland was de eerste helft zeker
gelijkwaardig aan Polen, maar zette al haar kaarten toen op de
wedstrijd tegen Slowakije, waardoor het vergat tegen Polen voor de
winst te gaan.
Zetten we dit kwalificatie toernooi nu af
tegen de play-off wedstrijden van vorige week en deze week, dan
zien we dat zowel Slowakije als Polen zich geplaatst hebben voor
het EK. Slowakije ten kost van Oostenrijk en Polen ten koste van
handbalgrootmacht Zweden.
Heeft Nederland dan zo slecht gepresteerd in januari. Ik denk dat
je mag concluderen van niet. Het probleem is dat men zichzelf
misschien wel onderschat. Men calculeert al een nederlaag in
waardoor de houding anders wordt en men denkt "deze wedstrijd
mag je verliezen". Als we de volgende maar winnen. Als je de
volgende dan verliest heb je een probleem.
Met een goed toernooi in Portugal twee weken
geleden achter de rug, waarin Nederland twee van drie wedstrijden
tegen Egypte en Macedonië, kon domineren maar uiteindelijk niet
wist te winnen. En afgelopen weekend twee goede en wel twee
gewonnen wedstrijden tegen het Franse USDK Duinkerken speelde
moeten we misschien wel concluderen dat bondscoach Henk Groener te
vroeg de handdoek in de ring heeft gegooid. Misschien is het wel
verstandig dat het NHV nog maar eens met Groener rond de tafel
gaat zitten. De afgelopen maand is nog maar eens gebleken dat met
een ervaren en een met veel contacten hebbende programma manager
veel kan betekenen voor het Nederlandse herenhandbal. Daar
moet toch uit te komen zijn ook al rijzen de bergen niet tot de
hemel.
Groener is drie jaar geleden met een missie
gestart die langzaam maar zeker resultaat begint op te leveren. Al
is dat misschien nog niet meteen zichtbaar in de eindresultaten.
Met een nationaal team dat een gemiddelde leeftijd kent van om en
nabij de 22 jaar is geduld de enige remedie. Een gemiddelde
handballer bereikt immers zijn top zo rond zijn 28ste levensjaar.
Voor de vertrekkende bondscoach ging het echter allemaal te
langzaam en was hij teleurgesteld in de keuzes die spelers maken.
Aan de andere kant laat hij die spelers die wel een keus hebben
gemaakt in de steek. Voor het oog is het misschien allemaal nog
hetzelfde maar wanneer de resultaten binnen afzienbare tijd ook
meer tot de verbeelding gaan spreken zal ook het Nederlandse heren
handbal in de lift terecht komen. Een analyse van de
eindresultaten laat zien dat de kloof met de subtop steeds kleiner
wordt. De weg naar de top in het herenhandbal is immers een veel
langere dan bij de vrouwen maar zeker geen onbegaanbare.
|
Handbalstartpunt
|
|
|
|
|
|
|
|