|
|
De Limburgse Handbaldagen als leerschool
|
31 december 2005 door Patrick Delait
|
Sittardia-speler Zef Hamers keek
gisteravond vol bewondering toe hoe het Poolse Vive Kielce
tijdens de finale van de Limburgse Handbaldagen de vloer
aanveegde (34-26) met Ringsted. Geen betere leerschool,
volgens de prille international, dan afgeschoten worden
door een stel meedogenloze mannetjesputters.
Zef Hamers fluit bewonderend tussen
zijn tanden. De 23-jarige speler van Sittardia is sinds
kort international, maar vergeleken met de
mannetjesputters van Vive Kielce voelt hij zich in alle
opzichten een kleine jongen. Hoe goed de koploper uit de
Poolse competitie is, heeft de opbouwspeler zelf
ondervonden in de poulewedstrijden waarin zijn team met
39-19 onder de voet werd gelopen. En in de finale tegen
het Deense Ringsted kent Kielce al evenmin mededogen. In
een razend tempo grijpt het team uit het voormalige
Oostblok de macht en doet het de goedwillende Denen naar
lucht happen. Alleen het publiek, op de hand van de
Scandinaviërs, pruttelt nog een beetje tegen, maar daar
hebben de Polen geen oren naar.
Hamers geniet met volle teugen, goed
wetende dat dit niveau voor een Nederlands team onhaalbaar
is. ,,Die jongens zijn al vanaf hun jeugd serieus met het
spelletje bezig. Onze trainer Jorg Bohrmann vertelde me
dat hij in Duitsland als jongetje een klein balletje mee
naar huis kreeg, waar hij de hele dag in moest knijpen. Zo
zou hij sterke armen krijgen. Dat zie je ook aan die
Polen. Alleen al de fysieke verschijning van die jongens
is indrukwekkend.''
Hamers ervaart het niet eens als
frustrerend om door een geoliede machine als de Poolse te
worden opgevreten. Ambitieus als hij is, noemt de speler
uit Born de Handbaldagen een mooi leermoment. Met name de
confrontatie met totaal verschillende speelstijlen is een
meerwaarde, zegt Hamers. Toernooiwinnaar Vive Kielce spant
ook op dat vlak de kroon. Het handbal van de Polen is een
combinatie van het beste uit verschillende werelden.
Fysiek sterk en razendsnel als het moet en frivool als het
kan. Bijlange niet het stugge, louter op kracht gebaseerde
speltype waarmee de Oost-Europese teams zoveel prijzen in
de wacht sleepten. ,,Handbal is geen moeilijke sport. Het
gaat er alleen om dat je doet wat je moet doen. Dat kunnen
die Polen als de beste. Het lijkt allemaal zo makkelijk.
Die mannen vinden elkaar blindelings, doen alles volgens
vaste patronen.''
Hamers beseft dat de vergelijking met
de Nederlandse eredivisie geen eerlijke is. Een profteam
als Kielce maakt elke week drie keer zoveel trainingsuren
en kent nauwelijks zwakke schakels. ,,Waar wij misschien
twintig minuten op ons beste niveau kunnen spelen, doen
zij dat de hele wedstrijd. Zij hebben twaalf evenwaardige
spelers, die bovendien elke week vol aan de bak moeten in
een sterke competitie. Van spelen tegen UDSV, zoals wij
dat moeten doen, word je niet beter.'' Tijdens trips met
de nationale ploeg naar landen als Roemenië en Oekraïne
heeft Hamers gezien waar de gedrevenheid van de
Oost-Europese spelers vandaan komt. ,,Handballen is in dat
soort landen bittere noodzaak om een beetje status te
verwerven. Daar is nog zoveel armoede. Waar moeten wij in
Nederland eigenlijk voor vechten? Dat zie je ook terug in
hun manier van spelen. Kijk eens goed naar Kielce. Tijdens
elke aanval zoeken die mannen het lichamelijke contact op.
Zij zijn het gewend om te vechten. In Nederland denkt een
schutter al gauw: 'als ik maar niet word aangeraakt'.''
Om het niveau van de Poolse spelers
ook maar enigszins te benaderen, zal hij naar het
buitenland moeten, weet Hamers. Maar of hij daar als
23-jarige nog even grote spierballen zal kweken als de
reuzen van Kielce? ,,Het is misschien laat, maar het kan
altijd nog.''
|
|
Dagblad de Limburger
|
|
|
|
|
|
|
|