|
|
|
|
11 september 2009
|
|
|
Ruim vijftig jaar geleden deed zaalhandbal
zijn intrede in Nederland. In Limburg om precies te zijn. Omdat er
geen zaal beschikbaar was werd de sport buiten beoefend:
zevenhandbal dus en in die beginjaren nog experimenteel. Mannen
als Chief Wauben en later Jo Maas, Guus Cantelberg en Pim
Rietbroek speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van de
sport die ze zelf beoefenden. Het was daarom niet verwonderlijk
dat in de beginjaren van het georganiseerde zaalhandbal clubs als
Sittardia, Vlug en Lenig en later Blauw Wit een prominente rol
speelden in het Nederlandse zaalhandbal. Als leraar lichamelijke
opvoeding introduceerden genoemde leerkrachten de sport op hun
scholen in Sittard (Bisschoppelijk College) en Geleen (Sint
Michiel), die vervolgens grossierden in nationale titels voor
scholieren.
Toch waren de buitenschoolse activiteiten,
zeker in die beginjaren, nog weinig gestructureerd. Daar is de
laatste jaren verandering in gekomen. Het Graaf Huyn College in
Geleen speelde en speelt in die ontwikkeling een voortrekkersrol.
Zette een handbalschool op en sinds een jaar of vier is er sprake
van een door het Nederlands Handbal Verbond erkend Handbal Talent
Centrum (HTC). O.a. trainen er de talenten van Sittardia, V&L,
BFC en Limburg Lions.
Combinatie
Jan Kessels, lid van de centrale directie van de
scholengemeenschap die meer dan 2000 leerlingen telt, maakt
duidelijk dat de aandacht die wordt gegeven aan de handbalsport
veel meer is dan een middel om de school te onderscheiden.
"Studie en sport zijn twee belangrijke aandachtspunten van
jonge mensen. Het is goed om die zaken op een goede manier te
combineren. Het een mag niet ten koste van het ander gaan. Dat de
keuze op handbal viel is natuurlijk niet vreemd als je weet hoe
handbal in deze regio is geworteld."
Het Graaf Huyn College stelt personeel en
accommodatie beschikbaar zodat inmiddels bijna tachtig jongens en
meisjes, ook leerlingen van andere scholen, vier uur per week
worden getraind. Dat is dus een aanvulling op de trainingsarbeid
die zij bij hun club verrichten. In de beginjaren vonden die
trainingen plaats in de zeer vroege ochtenduren. "Dat was een
zware belasting," stelt Jan Kessels. "Tegenwoordig
kunnen ze in de ochtend en de late middag terecht. Dat is een hele
verbetering. We onderzoeken mogelijkheden om in de toekomst het
aantal trainingsuren nog op te voeren naar zes of misschien wel
acht uren per week."
Studieresultaten
HTC Limburg kent vier groepen: jongens en
meisjes (12-14 jaar en 15-17 jaar). Wekelijks wordt aandacht
besteed aan technische en fysieke scholing door een vijftal
trainers die hun sporen in de handbalsport ruimschoots hebben
verdiend. Jan Kessels: "Een geïnteresseerde leerling meldt
zich aan en kan een maandje mee trainen. Als de trainers hem of
haar positief beoordelen wordt zijn inschrijving definitief."
Er is het Graaf Huyn College natuurlijk veel
aan gelegen dat de studieresultaten niet lijden onder de
sportactiviteiten. Kessels: "Als er vrijstellingen worden
verleend voor bepaalde vakken, moet je natuurlijk wel de garantie
hebben dat uiteindelijk aan de exameneisen wordt voldaan. Eén van
de trainers, Cecile Smits-Leenen, onderhoudt daarom nauwe
contacten met de vakleraren om mogelijke achterstanden te
signaleren en te repareren. "Er zijn dan ook eigenlijk geen
uitvallers."
|
|
|
Handbalstartpunt
|
|
|
|