|
|
|
|
Handbaltop krijgt nieuwe trainers
|
|
|
14 mei 2010 - door Peter Bruin
|
|
|
Bij de mannen vertrekken zes van de tien
trainers op het hoogste niveau, bij de vrouwen zijn het er zeven
van de tien: een heuse trainerscarrousel.
Voor Björn Budding betekent de verloren
bekerfinale tegen Volendam donderdag het afscheid van Aalsmeer.
Straks in de kleedkamer schudt hij zijn spelers de hand en wenst
hen succes. Dat is alles. 'Daar moet je niet dramatisch over
doen.' En ach, het wereldje is maar klein. Hij komt hen nog wel
tegen.
Vier keer per week van Den Haag naar Aalsmeer
kost hem, naast zijn fulltime baan als gymleraar, te veel tijd.
Een jaar slechts was hij belast met de technische leiding bij de
landskampioen van 2009.
'In principe is die tijd te kort. Je begint
ergens aan. Er waren zes van de veertien spelers weggegaan, onder
wie enkele belangrijke. Je moet nieuwelingen inpassen. Met heel
jonge jongens zet je wat neer. Dan is het jammer dat je niet
verder kunt.'
Budding (32) is niet de enige oefenmeester in
de uit tien clubs bestaande eredivisie bij de mannen die dit
seizoen vertrekt. Ook Alex Curescu (Hellas), Arthur Langedijk (HAR
& O), René Romeijn (Quintus), Peter Portengen (E & O) en
Christiaan Eppensteiner (Hurry Up) doen dat of hebben het al
gedaan. Op het hoogste niveau bij de vrouwen laten zelfs zeven
trainers hun club los.
De meeste stappen op omdat ze teleurgesteld
zijn in de ambities of financiële mogelijkheden van hun club.
Anderen kregen te horen dat de verbintenis werd beëindigd, omdat
de prestaties tegenvielen en de club het met iemand anders wil
proberen.
Een eenduidige reden voor de massale uittocht
lijkt er niet te zijn. 'Alles hangt van omstandigheden af', meent
Budding. 'Wat is het voor club, hoe zit een trainer in elkaar,
gaat het privé en qua maatschappelijke carrière samen? Er zijn
trainers die minder of niet werken en van handbal afhankelijk
zijn. Voor hen ligt het weer anders. In het algemeen gesproken is
het lastig een houdbaarheidsdatum aan een trainer op te hangen.'
Handbaltrainers bewandelen een pad met
valkuilen. Ze worden succesvol genoemd als hun ploeg goed
presteert. 'Maar wat is succesvol?' aldus Budding. 'Een
voetbalelftal als Barcelona zal altijd hoog eindigen, ook met een
minder goede trainer.'
Er spelen meer factoren een rol, vindt hij.
'Een kampioenschap behalen of een beker winnen kun je succesvol
noemen. Maar je moet ook kijken naar het spelersmateriaal. Zijn de
spelers fit gebleven, wat is er allemaal gebeurd in een seizoen,
hoe breed is de selectie? Dit soort zaken bepaalt of je
uiteindelijk de plaats haalt die past bij het team van dat
moment.'
Een trainer kan zijn voorkeur hebben voor een
speelstijl, maar of hij die gaat introduceren hangt af van de
clubcultuur. Bij Aalsmeer, waarmee Budding als speler drie
landstitels veroverde en twee keer de nationale beker won, haakte
hij in op het speltype dat de club al vele jaren hanteert. 'Daarin
kun je details veranderen, inbrengen of verbeteren, maar de boel
natuurlijk niet radicaal omgooien.'
Essentieel is dat een trainer het vertrouwen
geniet van al zijn spelers. 'Dat is een kwestie van tijd', zegt
Budding. 'Spelers moeten er open voor staan en de trainer zal er
zijn best voor moeten doen. Als spelers zien dat wat jij als
trainer voor ogen hebt, resultaat oplevert, gaan er bij hen wel
lampjes branden.'
In de eindstrijd om de nationale handbalbeker
op Hemelvaartsdag in het Topsportcentrum van Almere bijten zijn
jongens zich als terriërs vast in de grotere en sterkere
Volendamse verdedigers. Het is niet genoeg. De laatste wedstrijd
van Budding bij Aalsmeer gaat met 30-25 verloren. Hij kan er vrede
mee hebben. 'Om van zo'n goede tegenstander te winnen moeten wij
top spelen en zij een stukje minder. Dat zat er niet in.'
Zijn opvolger bij Aalsmeer is René Romeijn.
Er wordt gesuggereerd dat Budding voor deze succestrainer moest
plaatsmaken, maar betrokkenen ontkennen dat.
Straks, als trainer bij de vrouwen van het
Haagse Hellas, wacht Budding een nieuwe uitdaging. Allerwege hoort
hij dat het er bij handbalvrouwen anders aan toegaat dan bij de
mannen. Zelf heeft hij er geen ervaring mee. Budding: 'Ik wil ook
niet bevooroordeeld zijn. Ik kan wel van alles roepen, maar ik
weet niet of het zo is. Dat moet ik ondervinden. Waar het om gaat
is, hoe graag wil je met elkaar ergens naar toe.'
|
|
De Volkskrant
|
|
|
|
|
|
|