Google

Handbalstartpunt
Artikel uit: Handball World.com

Robert Nijdam: "Spelen in de Bundesliga is een droom!"

22 juli 2010 - Door Matthias Kornes / vertaling Frits Feuler
Dat Nederlanders niet alleen kunnen voetballen, is de Duitse handbalfan sinds de komst van ene Mark Schmetz of Joey Duin of Michiel Lochtenbergh duidelijk. Robert Nijdam echter was de eerste die de sprong vanuit Nederland naar Duitsland lukte. De linkspoot, die in de Bundesliga o.a. bij Nettelstedt zijn mooie techniek liet zien, was tot voor kort trainer in Zwitserland en gaf met Amicitia Zürich zijn visitekaartje in de Champions League af. Plots echter bouwde Amicitia aan een nieuwe clubstructuur, voor een full-time beroepstrainer was geen plaats meer. Tijd voor Nijdam om in Duitsland aan zijn opleiding voor de trainers A-licentie te beginnen.
Robert, hoe komt iemand in Nederland ertoe om te gaan handballen?
Nijdam:
Zowel mijn vader als moeder waren in het handbal actief als speler en trainer. Ik was daarom elke week in de sporthal en ben eigenlijk automatisch met handballen begonnen.
Hoe komt het dat Nederland zoveel handballers en handbalsters 'exporteert?'
Nijdam:
Dat was niet altijd zo. Voordat ik naar Duitsland ging, was het relatief zeldzaam dat Nederlandse handballers en handbalsters in het buitenland speelden. Ondertussen zijn het er zoveel omdat buitenlandse clubs steeds meer naar Nederlandse spelers uitkijken. De belangrijkste reden is dat veel clubs in Nederland meer trainingsfaciliteiten hebben gecreëerd en het Nederlands Handbal Verbond (NHV) sinds enkele jaren goed met het Nederlands Olympisch Comité (NOC*NSF) samenwerkt. Bij de vrouwen bijvoorbeeld is een degelijk handbalinternaat opgericht. De vijfde plek bij het WK in Rusland was voor de vrouwenploeg natuurlijk een prima uithangbord om zich verder in de kijker te spelen.
Hoe zag jouw carrière uit?
Nijdam:
Als speler ben ik bij veel clubs actief geweest, omdat mijn vader daar trainer was. Als hij van club veranderde, ben ik gelijk mee gegaan naar de jeugd van die nieuwe club. Op 15-jarige leeftijd ben ik begonnen met mijn sportopleiding aan het CIOS in Sittard en heb me meteen aangemeld als lid bij recordkampioen Sittardia. Vanaf dat moment heb ik in de eredivisie - hoogste niveau in Nederland - bij E&O Emmen en Tachos Waalwijk gespeeld voordat ik naar het Belgische Herstal/Luik overstapte. Vanuit België dan naar OSC Rheinhausen in de Bundesliga.
Wat waren je eerste ervaringen in Duitsland met spelers, trainers en de Bundesliga en natuurlijk ook privé?
Nijdam:
In de Bundesliga te mogen spelen was altijd al een droom. Iedereen waarschuwde mij vooraf dat het voor een Nederlander onmogelijk zou zijn om daar te spelen. Ik ben er dan ook trots op dat ik de eerste Nederlandse handballer ben die dit gelukt is. Ofschoon iedereen een beetje kritisch was over die Nederlander in de Bundesliga, hadden toenmalig trainer Aleksandr Rymanov en sportdirecteur HaDe Schmitz van OSC Rheinhausen het vertrouwen dat ik dit niveau aan zou kunnen. Ook een absolute wereldster als Nedeljko Jovanovic heeft mij destijds in Rheinhausen goed opgevangen en begeleid en mij vaak na een training of wedstrijd uitgenodigd voor een etentje of kopje koffie. Na mijn tijd in Rheinhausen heb ik nog bij TuS Nettelstedt en SG Solingen gespeeld.
En, hoe zijn ze dan, de Duitsers? Is er verschil in mentaliteit tussen Duitsers en Nederlanders?
Nijdam:
Het grootste verschil is, denk ik, dat men in Nederland veel minder een 24-uurs mentaliteit heeft. Daarmee bedoel ik dat jonge spelers in Nederland slechts twee uur - hun trainingstijd - per dag met handbal bezig zijn. Een Duits talent is niet alleen die twee uur met handbal bezig maar plant ook de overige 22 uren op de voorbereiding van die twee trainingsuren in.
Hoe kwam het tot een wissel van de speler Robert Nijdam naar de trainer Robert Nijdam?
Nijdam:
Trainer worden was altijd al mijn doel. Bij de meeste clubs waar ik speelde was ik ook jeugdtrainer en organiseerde in de zomerperiode altijd handbalkampen. In 2002, als speler bij Solingen, heb ik mijn B-licentie als trainer in Dortmund behaald.
Momenteel volg je de opleiding voor de A-licentie. Welke ervaringen heb je tot nu toe tijdens de cursus opgedaan?
Nijdam:
Wat zo mooi is, is dat men een hele week met handbalgekken samen is en met elkaar veel ervaringen en filosofieën uitwisselt. Het niveau van de groep is zeer verschillend: van wereldhandballer Daniel Stephan en wereldkampioen Christian Schwarzer tot jeugdtrainers die zelf nooit op het hoogste niveau hebben gespeeld. En van beide kanten kun je heel veel leren. De experts zijn natuurlijk allemaal vaklui en hebben een grote kennis, ze zijn bovendien zeer bekwaam in hun vakgebied.
Welke trainer heeft je tot nu toe de meeste invloed op je gehad?
Nijdam:
Ik ben blij dat ik als speler met veel verschillende trainers heb mogen werken. En van iedere trainer pik je iets op dat je als speler of toekomstig trainer verder ontwikkelt. Bovendien geloof ik dat positieve ervaringen met een trainer meer te maken hebben met het succes op een bepaald moment en minder met de kwaliteit van de trainer. Maar ook negatieve ervaringen met een trainer helpen je verder. Daarom geloof ik dat iedere trainer mij op een of andere manier beïnvloed heeft.
Hoe zou je jouw "Handbalfilosofie" willen omschrijven?
Nijdam:
Ik ben een liefhebber van technisch veeleisend handbalspelletje in een hoog tempo. Daarbij staat de individuele speler in het middelpunt. Een speler moet door training en ervaring meer mogelijkheden in het spel ontdekken en in een fractie van een seconde de juiste beslissing nemen. Maar ook omschakelen van verdediging naar aanval. Misschien nog belangrijker is het omschakelen van aanval naar verdediging. Dat is onontbeerlijk in het handbal.
Wat was tot nu tot je sportieve hoogtepunt, als speler en als trainer?
Nijdam:
Als speler was het voor mij een belevenis in de eerste liga te spelen. Dat was voor mij mooier dan de diverse kampioenschappen of bekers die ik gewonnen heb. Ook twaalf jaar in de nationale ploeg - met 152 interlands - waren bijna allemaal mooie ervaringen. In mijn laatste actieve seizoen werd ik in Nederland uitgeroepen tot 'speler van het jaar' en werd ik topscorer. We wonnen met Tachos Waalwijk de nationale beker en speelden in de play offs om de landstitel. Een mooi afscheid van mijn actieve carrière. Als bondstrainer waren de WK-kwalificatiewedstrijden met België tegen vice-olympisch kampioen IJsland, Macedonië en Noorwegen een geweldige happening. En natuurlijk hebben de wedstrijden met Zürich in de groepsfase van de Champions League tegen onder andere de beide finalisten THW Kiel en Barcelona veel indruk op mij gemaakt.
Je laatste trainersjob in Zürich was zeker een bijzonder jaar.
Nijdam:
Mijn tijd in Zürich was een jaar met veel verschillende gezichten. Medio juli 2009 was er een eerste contact en twee weken later was ik met mijn ploeg bezig aan de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Ik kende de ploeg niet en in het begin was nog niet helemaal duidelijk hoe de selectie er uiteindelijk zou uitzien. De ploeg bestond immers uit twee clubs, Grasshoppper Club Zürich en ZMC Amicitia Zürich en van beide clubs konden spelers bij de fusieploeg GC Amicitia Zürich ondergebracht worden. In november moest ik twee basisspelers - Jan Behrends en Edin Basic - laten gaan. Gevolg was dat ik binnen de ploeg veel posities moest ombouwen en dat was niet gemakkelijk. Uiteindelijk hebben we nog de bekerfinale gespeeld en zijn, achter het sterke Kadetten Schaffhausen (EHF-bekerfinalist) toch nog tweede in de Zwitserse Liga geworden.
Je had in Zürich een 'multi-culturele goep'. Hoe heb je dit team geleid?
Nijdam:
Ik had twee spelers die geen Duits spraken, met die heb ik Engels gesproken. De andere spelers kenden allemaal Duits. Maar iedere speler had een individuele benadering nodig en handbal is een 'wereldtaal'.
Als Nederlander woon je in de bergen. Een gewenste omgeving? Kun je skieën?
Nijdam:
Het leven in Zürich is heel mooi, het heeft werkelijk alles. De bergen zijn wonderschoon en ook de vele meertjes zijn de moeite waard om daar je vrije tijd door te brengen. Mijn eerste ski-ervaringen had ik al als speler van Grasshopper Club Zürich. Met de hele ploeg een lang weekeinde naar Arosa. Ik was meteen verknocht aan skieën.
Hoe zien je toekomstplannen uit?
Nijdam:
Ik zou graag terug willen naar Duitsland en hoop dat ik daar in de toekomst een ploeg kan trainen. Eerst wil ik echter mijn A-licentie halen en probeer gelijktijdig bij enkele Bundesligaploegen mijn stages te doen. Ook in Nederland ben ik nog actief, ik volg de Top Coach 5-opleiding, dat wil zeggen 'Master Coaching niveau 5' en die hoop ik binnenkort af te sluiten. En: ik wil me steeds blijven ontwikkelen, ik ben van mening dat er nog veel geleerd kan worden.

Handball World.com