|
De
handbalsters hebben hun eerste duel met Servië
gewonnen (24-23) en hopen nu een goed uitgangspunt
voor EK-kwalificatie te hebben.
Het
wordt volgende week in Servië zeker een angstig
uurtje voor Oranje. Hoewel de eerste van twee
kwalificatiewedstrijden zaterdag gewonnen werd, is
de marge zo klein dat bovenmatig optimisme een grote
fout zou zijn. Positivisme niet. Want de uitslag in
Rotterdam biedt een reële plaatsingskans voor het
EK in Macedonië in december.
Niettemin
maakte bondscoach Sjors Röttger, direct na de
wedstrijd, een aangeslagen indruk. Ook de falende
Maura Visser stond het huilen nader dan het lachen.
"We hadden graag met vier punten verschil
gewonnen", sprak de bondscoach. "Maar ook
met een marge van één doelpunt moeten we om kunnen
gaan. Volgende week begint het hele spel
opnieuw."
Oranje
mag in Servië met één doelpunt verschil
verliezen, maar dan moet de score hoger uitvallen
dan de 24-23 van zaterdag. Dat vond Röttger wel
positief en hij was de enige niet. Ook aanvoerster
Diane Lamein dacht er zo over: "Deze uitslag is
gunstig voor het uitduel, zeker als we nog wat
sneller kunnen spelen. Ik heb hier absoluut geen
slecht gevoel over."
Röttger
en Lamein baseren hun vertrouwen op een nieuwe
theorie. "Dit is het moderne handbal",
aldus de coach. "Dat zij 23 doelpunten maken
geeft niet. Dat wij er maar 24 maken, is te weinig.
Bij veel internationale wedstrijden zie je uitslagen
als 30-30. Dan wordt er goed gespeeld. Is de uitslag
lager, dan is het spel matig. Ik weet dat wij beter
kunnen."
De
vraag is waarom Nederland dan niet beter speelde.
Röttger wees op het 'thuissyndroom' dat de ploeg al
vaker parten speelde. "We willen voor eigen
publiek presteren en dat geeft een enorme
druk." Té groot, bleek zaterdag.
De
coach somde ook fouten op die Oranje maakte.
"We hadden moeite met scoren, we kwamen na de
rust slecht de kleedkamer uit. Dat reken ik mezelf
aan." Bij rust leidde Nederland met 15-13 en de
ploeg mocht de tweede helft beginnen met twee
minuten in overtal, maar na die twee minuten stond
het 16-16. "Heel slecht", vond Röttger.
Eerder
in de eerst helft had Oranje al in overtalsituatie
-zes tegen vier nota bene- een voorsprong van twee
punten verspeeld. Een ander minpunt was dat Oranje
drie van de zes strafworpen niet benutte.
En
dan toch dat optimisme. De te verwachten hectiek in
Servië leek de bondscoach niet te deren. "Dat
hebben we vaker meegemaakt. Ja, je wordt in je nek
gespuwd, dat weten we. Daarom zullen we komende week
onze jonkies op dit punt wat extra begeleiden. Maar
niemand ligt er wakker van."
Röttger schetste de ontwikkelingen van zijn ploeg
in de afgelopen tijd. "Na het WK van 2005 zijn
negen speelsters verdwenen met per speelster een
ervaring van zeker honderd interlands. De gemiddelde
leeftijd van de ploeg ligt nu vijf tot zes jaar
lager. We moeten groeien naar een gemiddelde
leeftijd van 29 en per speelster honderd interlands.
Dat duurt een paar jaar, maar de ontwikkeling gaat
veel sneller dat ik had verwacht."
Het
EK halen is een doel, dat blijft staan. Maar, zegt
Röttger ook: "Als we het halen is het ook een
soort bonus, omdat ik het nog niet had
ingecalculeerd."
En
als Oranje het niet haalt? "Dan beschouw ik dat
niet als een terugval, maar hooguit als een
tijdelijke stop", aldus de bondscoach.
Academie
begint eerste vruchten af te werpen
In tegenstelling tot het prille verleden stromen
jonge speelsters nu tamelijk probleemloos in.
Volgens Sjors Röttger is de opleiding van jong
talent op de Handbal Academie daarbij van groot
belang. Zaterdag liet de pas zeventienjarige Laura
van der Heijden zien wat ze op Papendal geleerd
heeft. Nadat ze haar eerste bal van de zenuwen
vergooid had, herpakte ze zich en scoorde ze
driemaal, waarbij ze zich in de afronding een koele
kikker toonde die al jaren op de rechter hoek lijkt
te staan. De bondscoach erkende deemoedig dat hij
nog meer van de academisten had moeten profiteren.
"Ik had Roxanne Bovenberg op het eind moeten
inzetten. Die gooide er in de laatste oefenduels
steeds twee of drie in."
De
speelsters van de Handbal Academie worden in de
ploeg uitstekend opgevangen. "Een warm
bad", noemde ex-academiste Willemijn Karsten
haar entree in Oranje zaterdag in deze krant.
Röttger illustreerde: "Als ik zie dat Monique
Feijen in een hoek met Sharina van Dort staat te
trainen, vind ik dat prachtig. Dat een ervaren rot
als Monique dat doet, is zo waardevol. Dat versnelt
mede de ontwikkeling van het team."
Dagblad - Trouw
|