Nieuws

Angela Steeenbakkers “Ik heb wel een beetje naar mijn droom toegewerkt”.

“Ik heb een halve dag nodig gehad om het te beseffen”

 In vergelijking met een aantal van haar Oranje-collega’s is Angela Steenbakkers een laatbloeier. Op haar zesde begonnen met handballen, speelde ze vier dagen na haar twintigste verjaardag - op 7 juni 2014 - haar eerste interland voor het grote Oranje in Trier tegen Duitsland. Tien interlands verder en drie jaar ouder gaat ze op een groot toernooi debuteren. Op 2 december 2017 begint voor de uit het Limburgse Beringe afkomstige Angela Steenbakkers het eerste senioren wereldkampioenschap.

Die vergelijking met een aantal Oranje-collega’s die even oud of een jaartje ouder zijn en waarvan je het idee hebt dat ze al jaren meelopen met Oranje, laat zien hoe moeilijk het is om een plaatsje te veroveren in het Nederlands team. De factor geluk komt daar altijd wel bij kijken, want ziet iemand het op jonge leeftijd al in je en krijg je de kans, dan stijgen je kansen.

Ook de positie waarop je speelt kan bepalend zijn: ben je links- of rechtshandig. Angela Malestein, 24 jaar, speelde inmiddels 109 wedstrijden en vijf grote toernooien. Haar eerste interland was al in 2009. Tess Wester, ook 24 jaar, speelde 68 duels en vier grote toernooien. Zij speelde haar eerste interland in 2012. Kelly Dulfer, net als Steenbakkers 23 jaar, speelde haar eerste interland in 2013 waarna er nog 74 volgden plus vijf grote toernooien.

“Je bent al redelijk op leeftijd, 23 jaar en je hebt ook al wat jaren bij Oranje achter de rug als jeugdinternational. Dan is het lang wachten voor je een echte kans krijgt.”

“Ja, ik heb er lang en hard voor gewerkt. Laat ik het zo zeggen: ik heb een beetje naar mijn droom toegewerkt. Dat die nu werkelijkheid wordt, is heel mooi. Ben begonnen bij Bevo, in 2000. Ik heb mij op verschillende momenten de vraag gesteld: wil ik wat met het handballen gaan doen of niet? Wil ik hogerop? Vanuit Bevo heb ik toen de stap gemaakt naar de eredivisie en ben ik bij HandbaL Venlo gaan spelen. Twee jaar later speelde hetzelfde en koos ik ervoor om naar Dalfsen te gaan. Met Dalfsen heb ik prijzen gepakt, twee titels en twee keer de beker, waarna ik dit seizoen de stap gemaakt heb naar Blomberg in Duitsland”.

“Je hebt een aantal jaren in Jong Oranje gespeeld. Val je dan niet in een gat als Jong Oranje  weg valt?”

“Mijn overgang was in 2014 nog in mijn Jong Oranje periode. In april speelde ik eerst met die ploeg het WKU20-kwalificatietoernooi. Een paar maanden later, in juni, speelde ik met het grote Oranje mijn eerst twee oefeninterlands tegen Duitsland, gevolgd door twee EK- kwalificatiewedstrijden. Daarna heb ik in juli op het WK U20 in Kroatië mijn Jong Oranje-periode afgesloten. Tussendoor ben ik zo af en toe eens opgeroepen maar dat was niet structureel. Dat ik nu dan mee mag maar het grote toernooi is mooi”.

“Ja… dan krijg je een telefoontje en dan hoor je dat je naar het WK mag. Wat is dan je eerste gedachte?”

“Ja ehm… de  eerste tien minuten moest ik het even laten bezinken. Ik denk dat ik wel een halve dag nodig had om het echt te beseffen. Op het moment dat het echt tot me doordrong dacht ik alleen maar:  ‘Echt vet’.”

“Wie heb je het eerste gebeld?”

 “Ik heb eerst mijn vriend en mijn ouders gebeld, die waren dan ook meteen op de hoogte. Daarna heb ik nog contact gehad met een goede vriendin van me.”

“Wie belt je op, hoe gaat zoiets?”

“Nou, we kregen niet echt een belletje maar we kregen in onze groepsapp een bericht, daarin stond dan de selectie plus de reserves.”

“Dan zie je daar je naam staan!”

“Jaja.”

“Wat gaat er dan op zo’n moment door je heen?”

“Ik weet het niet, kan het niet echt beschrijven. Maar het voelt gewoon echt vet. Zo’n eindtoernooi met het grote Oranje heb ik nog niet meegemaakt, wel kwalificatiewedstrijden gespeeld. Dat ik nu mee mag vind ik echt supergaaf.”

“Wat zijn je verwachtingen?”

“Dit is dan mijn eerste eindtoernooi met het grote Oranje. Ik denk in eerste instantie dat iedere minuut die ik mag spelen is meegepakt. Daarnaast is er de afgelopen maanden zoveel gebeurd, Estavana Polman is zwanger geweest, Nycke Groot is geblesseerd geweest en Sanne van Olphen is er niet bij.  Maar als ik naar de trainingen kijk en zie hoe we trainen! Als we een goed uitgangspunt kunnen creëren in de groepsfase, dan kan er wel iets moois gaan gebeuren.”

“Het is natuurlijk altijd afwachten hoe het gaat lopen. In zo’n knock-outfase kan het ook zomaar afgelopen zijn.”

“Ja, een slechte dag, een slechte wedstrijd en het kan over zijn”.

“Bij de Olympische Spelen had Oranje maar één goede wedstrijd in de kwartfinale en toen was het ook meteen afgelopen.”

“Ja dat was doodzonde”.

“Denk je dat je overgang naar Duitsland, naar Blomberg-Lippe, een rol heeft gespeeld in je selectie voor dit WK?”

“Mijn voorbereiding aan het begin van het seizoen bij Blomberg ging wel heel erg goed. De competitie is ook wel wat harder en fysieker, maar dat bracht mij meteen en constant op een hoger en scherper niveau. In plaats van dat ik bij een Oranje een stapje extra moest doen om op hetzelfde niveau te komen, zat ik nu bij binnenkomst op een hoger niveau waardoor de aanpassing veel geleidelijker is gegaan. Het constante niveau dat ik Duitsland haal is dan ook, denk ik, goed voor mijn eigen spel en ontwikkeling geweest. Ik speel bij mijn club fity-fity met de andere linkerhoek. Als het dan goed staat, speel ik wat langer. Is die ander dan beter die dag, dan speelt zij uiteraard wat langer. Normaal speel ik dertig minuten, dat kun je niet altijd meteen verwachten als je het eerste jaar in het buitenland speelt. Soms moet je blij zijn met tien minuten speeltijd. Ik mag het nu al met minimaal de helft van de speeltijd doen. Dat is erg prettig.”

“Vanuit Limburg is ook veel belangstelling voor je.”

“Ja, Dagblad de Limburger en L1 Sport, ze hebben allemaal contact opgenomen.”

“Na 20 jaar ben jij weer de eerste Limburgse handbalster die eindelijk echt doorbreekt in Oranje.”

“Dat heb ik ook gehoord ja.”

“Wij hebben het maar even uitgezocht van de week”

 

“Vanuit Limburgs oogpunt vind ik het wel gewoon heel mooi dat je je zo kan presenteren. Van tevoren heb ik daar nooit zo over nagedacht, zo van ‘oh, ik ben de enige Limburgse.’ Maar ik vind het wel mooi dat Limburg daar trots op is. Ik merk ook dat alle mensen om me heen, waar ik mee heb gespeeld of die ik gewoon goed ken, hun steun laten blijken middels allerlei berichtjes.”

“Inger Smits zit er ook altijd wel bij. Dan heb je ook nog Anouk van de Wiel maar die is de laatste tijd niet meer geselecteerd. Er zijn dus wel wat kandidaten vanuit Limburg die aan de poort kloppen. Jij blijft over.”

“Ja, maar wel allemaal op andere posities. Uiteindelijk ben ik diegene die door mag,” zegt ze met een brede lach op haar gezicht.

“De hoekpositie is wat dat betreft wat makkelijker, daar wordt wat makkelijker in geschoven.”

“De hoekpositie is sowieso wel een specialiteit. Vanuit een klein hoekje schieten kan niet iedereen zomaar even doen. Ik zou het niet meteen als de makkelijkste positie beschouwen. Er wordt inderdaad wel wat makkelijker in geschoven. Martine Smeets en Michelle Goos zijn lang vaste krachten geweest. Blijkbaar heb ik mij dan zo goed ontwikkeld, dat bondscoach Helle Thomsen daar haar keuze op bepaald heeft. Daar ben ik alleen maar heel erg blij mee!”

“Wat verwacht je van die eerste wedstrijden?”

“De eerste paar wedstrijden lijken me wel wat makkelijker. Iets lager, zeg maar, geen topniveau. Ik denk dat we daar wel goed door kunnen komen. Dan tegen Duitsland de eerste echte zware wedstrijd. Vandaar uit gaan we wel zien wat het gaat worden.”

“Iedereen kijk naar Duitsland, maar zijn ze wel echt zo sterk?”

“Ik heb ook gehoord dat ze een paar geblesseerde speelsters hebben maar normaal is Duitsland wel een waardige tegenstander en op zich wel goed. Ik denk dat we het daar wel lastig tegen zullen krijgen in de groepsfase mede ook omdat ze thuisland zijn.” 

“In Leipzig, daar kan het dus gaan spoken!”

“Dat kan een voordeel voor Duitsland zijn. Wat druk betreft kan het misschien ook wel tegen de ploeg werken. Uiteindelijk kunnen ze daar wel hun voordeel uit halen, wij moeten daar extra attent op zijn.”

“Je kent nu iedereen zo’n beetje.”

“Ja, dat begint wel steeds meer te komen.”

“En kennen ze jou ook?”

“Ik hoop na het WK wel ja!”

 “Ik wens je heel veel succes en ook veel plezier.”

Hans Schets 

Deel dit bericht