Nieuws

Toon Leenders hoopt op meer speeltijd bij Tusem Essen

“In de Bundesliga ging alles veel sneller”

Door Frits Feuler - Hij is pas 27 en begint over een aantal weken aan zijn vijfde seizoen in de Duitse handbalcompetitie. Toon Leenders, ex-Bevo en ex-Nordhorn, speelde vorig seizoen met zijn nieuwe club en promovendus Tusem Essen in een nieuwe omgeving: de Bundesliga. Een van de sterkste zo niet dé sterkste competitie ter wereld! Na drie jaar Nordhorn – samen met o.a. Nicky Verjans – was die sprong toch wel erg groot voor Essen en Leenders. “Ik had dat seizoen niet willen missen. Zwaar, we hebben veel verloren. Na dertien wedstrijden pas het eerste puntje. Tja, dan ken je je plaats tussen al die topploegen,” kijkt de 2.02 m lange cirkelspeler terug.

Bij het openingstoernooi in de nieuwe Schwalbe Arena in Gummersbach is zijn ploeg, onder de technische leiding van ex-Gummersbach-speler Mark Dragunski, present. Essen heeft een mooie voorbereiding achter de rug met toernooien in Esslingen, Balingen en de eigen Stadtwerke Cup. Over twee weken begint ook voor Leenders c.s. de competitie. Zes spelers vertrokken, twee nieuwelingen in de plaats. Met een krappe en jonge groep moet Essen het dit jaar een trapje lager zien te rooien.

In een bloedstollend duel – het laatste in de aftandse Eugen Haas Halle – staan er heel wat prestiges tussen de voormalige Duitse kampioenen op het spel. Geen oefenwedstrijd, maar keiharde duels. Het jonge scheidsrechterskoppel heeft alle moeite om in dit geweld overeind te blijven. Ook Leenders die alleen verdedigend wordt ingezet, laat zich centraal in de defensie niet onbetuigd en deelt als het moet ferme tikken uit en incasseert ook heel wat stompen en beuken. Uiteindelijk wint de thuisploeg met 29-27 en speelt de finale tegen het Franse Montpellier.

“Je moet als handballer alles ervaren. Zo ook in de Bundesliga waar alles veel sneller gaat. Fouten worden genadeloos afgestraft, getructe en meer ervaren tegenstanders herkennen jouw fout een fractie eerder. We hadden vorig seizoen best wel een aardige ploeg, hadden misschien niet hoeven degraderen. Maar we konden ons aan het nieuwe spel niet snel genoeg aanpassen waardoor we belangrijke duels nipt verloren.”

Toon Leenders is fulltime handballer. Na zijn actieve handballoopbaan keert hij terug naar Panningen waar zijn ouders een boerderij bestieren die hij op termijn zal overnemen. “Wanneer dat is, weet ik niet. Afwachten of mijn contract na dit jaar verlengd wordt. Het is te hopen dat ik dit seizoen wat meer speeltijd krijg. Op de bank is ook niet alles. André Kropp, aanvoerder en cirkelspeler, heeft naar mijn idee toch wat meer krediet. Ook hij presteert wel eens minder maar kan dan toch blijven spelen. Mocht ik toch op het veld dan heb ik het in het algemeen goed gedaan over 34 wedstrijden gezien.”

Druk om direct te promoveren is er niet. “Een plaats in het linkerrijtje zou al voldoende zijn om van daaruit door te groeien. We willen op termijn met deze groep iets bereiken. De inzet en de sfeer binnen de ploeg zijn ‘hervorragend’.

Het Nederlandse handbal volgt de international op de voet. Niet alleen door zijn regelmatige bezoekjes aan zijn woonplaats maar ook via internet en telefoon. “Met Danny van Katwijk – ooit mijn jeugdtrainer – en Frank van de Beucken heb ik veel contact. Ook met andere spelers van de nationale ploeg zijn er veel gesprekken.”

Over de aanpak van de nationale ploeg door het NHV is Leenders niet echt happy. “We worden als ploeg beperkt in onze mogelijkheden. Enerzijds door geld, anderzijds door een visie die meer richting de damesploegen gaat. Ook onze spelers spelen in sterke buitenlandse competities en kunnen, mits er een kwalitatief goed programma wordt geboden, best richting de Europese sub-top klimmen. Misschien lonkt in de verte eindelijk eens een deelname aan een EK of zelfs WK. Gerrie Eijlers, Fabian van Olphen en Mark Bult horen echt in Oranje thuis. Wij hoeven niet in vier-sterren hotels te overnachten. Bij ons laatste evenement logeerden we in een kazerne. Prima. We willen samen veel trainen en spelen. Ook de opvolgers in Jong Oranje staan te trappelen. Hun prestaties op het voorbije WK moeten toch voldoende aanleiding zijn om ook de herentak te pushen.” 

Deel dit bericht