NOORWEGEN PAKT VIERDE WERELDITEL NA PERFECTE TWEEDE HELFT
Van de Redactie – Velen hadden mogelijk de hoop al opgegeven in de finale van het 25e WK bij de vrouwen: Noorwegen kon de vierde wereldtitel – na 1999, 2011 en 2015 wel vergeten in het slotduel tegen Olympisch kampioen Frankrijk van afgelopen zomer en de wereldkampioen van 2017: 16-12. Maar het liep in de volgende dertig minuten totaal anders.
7-7 was de laatste gelijke tussenstand na twintig minuten. De Franse doelpuntenmachine kwam langzaam op toeren, zette een stevige defensie neer en drukte de Europees kampioen van 2020 tegen de grond: 14-8. Katrine Lunde (41) werd onder de lat afgelost door de tien jaar jongere Silje Solberg, een wissel met een gouden randje: ze werd drie kwartier later gekozen tot 'woman of the match'. Paniek was er niet bij de Noorse coach Hergeirsson, de sluwe vos wist dat hij in de rust nog maar eens de mogelijkheden en zekerheden binnen zijn ploeg moest benoemen. Maar, nog niet iedereen was gerust op een goede afloop.
Vizier op scherp
Binnen drie minuten had de getergde Scandinavische ploeg ineens het vizier op scherp staan, met name door de alsmaar beter schietende Henny Reistad (2), Nora Mork en de fysiek sterke lijnspeelster Kari Brattset Dale: 17-17. Lassource sputterde op de linker hoek nog even tegen, daarna begon Noorwegen aan een geweldige opmars en liet niet veel heel van de Franse defensie waar de beide keepsters Glauser (voor rust) en Darleux (na de thee) er alles aan deden de Noorse overmacht een halt toe te roepen. Tevergeefs. Norway was on fire!
Reistad tekende voor 18-18 en bracht meteen daarna haar ploeg voor het eerst op voorsprong. Nog één keer mocht de kampioen van 2003 en 2017 hopen op de derde gouden plak maar dat bleek ijdele hoop en tegen alle handbalwetten in. Als een mes sneed de Noorse aanval door de anders zo hechte en agressieve Franse defensie. Deze keer kon coach Olivier Krumbholz die twee componenten niet bij elkaar brengen. De voordelige ruststand van 16-12 werd met een 4-14 run omgezet naar 20-26. Vier Franse treffers in bijna twintig minuten! Veel technische fouten, weinig cohesie en samenspel. Een diepterecord en beschamend voor de kampioen van Tokio afgelopen zomer. Noorwegen had geen boodschap aan het Franse gejammer, bevond zich inmiddels op het pad van de totale vernedering van de opponent en stopte daar pas mee bij het laatste fluitsignaal: 22-29.
Noorwegen als waardig opvolger van Nederland. De ploeg had het bij dit WK even lastig tegen het flink tegenstribbelende Zweden maar overleefde die aanval. Een resultaat dat Nederland na zes duels naar huis stuurde, want Oranje had Noorwegen ook moeten laten gaan: 34-37. Daarna was Spanje in de halve finale het haasje, in de achtste finales moest Rusland diep buigen voor de latere kampioen. De dertigste medaille in de geschiedenis van het Noorse vrouwenhandbal sinds 1986, 35 jaar geleden, toen de ploeg in Rotterdam bij het EK brons pakte was een feit. Daarna volgden nog vele successen bij zeven deelnames aan Olympische Spelen, twintig WK’s en 14 EK’s.
Frankrijk: Laura Glauser; Meline Nocandy (1); Alicia Toublanc (1); Chloe Valentini; Allison Pineau (4); Coralie Lassource (2); Grace Zaadi Deuna (2); Cleopatre Darleux; Oceane Sercien Ugolin (2); Laura Flippes (2); Orlane Kanor; Tamara Horacek (1); Beatrice Edwige; Pauletta Foppa (3); Estelle Nze Minko (2); Lucie Granier (2).
Noorwegen: Henny Reistad (6); Emilie Hegh Arntzen; Veronica Kristiansen (2); Nora Mork (5); Stine Bredal Oftedal; Malin Aune (3); Silje Solberg; Kari Brattset Dale (5); Vilde Ingstad; Katrine Lunde; Moa Hogdahl; Marit Jacobsen (2); Camilla Herrem; Sanna Solberg-Isaksen (2); Kristine Breistol; Emilie Hovden; Rikke Granlund; Maren Aardahl.
Acht jaar wachten
Na acht jaar wachten op de volgende WK-medaille was het eindelijk zover. Denemarken, dat in de halve finale tegen Frankrijk een riante voorsprong van vier treffers in de slotminuten verspeelde en met 22-23 verloor, had alles op alles gezet om thuisland Spanje – in 2019 achter Nederland als tweede geëindigd - in de strijd om hernieuwd brons op een WK binnen te halen. Die opdracht maakte de ploeg van coach Jesper Jensen volledig waar: 35-28 (16-13) winst.
Defensies
Een duel ook tussen de twee sterkste defensies, maar beide ploegen misten ook een aantal sterkhouders. Spelen om brons is altijd moeilijk voor ploegen die de halve finales verloren. Spanje geraakte daarin niet langs een ontketende Europese kampioen Noorwegen: 21-27. Voor de Spaanse ploeg lag alles eraan gelegen om de derde medaille in de WK-historie – brons in 2011 in Brazilië, zilver dus in 2019 in Japan - op te halen in Granollers. Denemarken kende de meeste sportieve resultaten rond de eeuwwisseling maar stond sinds de bronzen plak in 2013 (Servië) lang met lege handen.
In de kleine finale kwam Sandra Toft binnen de lijnen, als vervangster van de tot dan uitstekend keepende Andrea Rheinhardt die 70 stops (51%) had en medekoploper is in het keepersklassement waar Toft met 71 stops (45%) ook te vinden is. Zes keer stond Denemarken in de ‘kleine WK-finale’, won tweemaal in 1995 (Oostenrijk/Hongarije) en Servië (2013). Driemaal kwam de ploeg niet op het podium: Iralië (2001), Rusland (2005) en Brazilië (2011).
Na de teleurstelling bij het EK 2020 in eigen land nu dus weer een teken van opleving bij de Deense ‘powervrouwen’. Een kwartier voor tijd was het gedaan met de illusies van de thuisploeg (27-19) en kon de Deense bank stap voor stap de juichkreten laten horen. Bij 35-28 gingen alle remmen los.

foto IHF
Denemarken: Sandra Toft; Laerke Nolsoe Pedersen (1); Anne Mette Hansen (6); Kathrine Heindahl (3); Line Haugsted (3); Simone Bohme; Althea Rebecca Reinhardt; Mette Tranborg (2); Kristina Jorgensen (6); Trine Ostergaard Jensen (2); Louise Burgaard (7); Simone Catherine Petersen (1); Mie Enggrob Hojlund !); Emma Cecilie Friis 1); Rikke Iversen (2); Michala Elsberg Moller.
Spanje: Carmen Dolores Martin Berenguer (6); Carmen Campos Costa (5); Silvia Arderius Martin (1); Elisabet Cesareo Romero (2); Silvia Navarro Gimenez; Mercedes Castellanos Soanez; Jennifer Maria Gutierrez Bermejo; Maitane Echeverria Martinez; Soledad Lopez Jimenez (2); Kaba Gassama Cissokho (3); Alicia Fernandez Fraga; Ainhoa Hernandez Serrador; Irene Espinola Perez (1); Paula Arcos Poveda (2); Alexandrina Cabral Barbosa (4); Mireya Gonzalez Alvarez (2).
Zilver: FRA-France
Brons: DEN -Denmark
17 SLO-Slovenia; 18 CRO-Croatia; 19 CZE - CzechRepublic; 20 PUR -Puerto Rico; 21 ARG-Argentina; 22 MNE-Montenegro; 23 CGO-Congo; 24 KAZ-Kazakhstan; 25 ANG-Angola; 26 SVK-Slovakia; 27 TUN-Tunisia; 28 CMR-Cameroon; 29 PAR -Paraguay; 30 UZB-Uzbekistan; 31 IRI-Islamic Republic Of Iran; 32 CHN-PR Of China
Doel: Sandra Toft (DEN)
Linker hoek: Coralie Lassource (FRA)
Linker opbouw: Henny Reistad (NOR)
Spelverdeelster: Grâce Zaadi Deuna (FRA)
Rechter opbouw: Nora Mork (NOR)
Rechter hoek: Carmen Dolores Martin Berenguer (ESP)
Pivot: Pauletta Foppa (FRA)
Beste speelster (MVP): Kari Brattset Dale (NOR)
Topscorer: Nathalie Hagman (SWE) met 71 treffers
cover Noorwegen volgt Nederland op als wereldkampioen
foto IHF
Chrome
Firefox
Internet explorer
Safari

