Nieuws

THE LEGEND: ANDRÉ EN ZIJN ONAFSCHEIDELIJKE TROMMEL

THE LEGEND: ANDRÉ EN ZIJN ONAFSCHEIDELIJKE TROMMEL

Door Frits Feuler – ‘Und wenn et Trömmelche jeht’….De Keulse cultband Die Räuber stak het populaire carnavalsliedje rond de eeuwwisseling in een moderne versie. Een van die bandleden zou André van Orsouw kunnen zijn geweest. In iedere sporthal waar hij komt wordt hij met argusogen bekeken. Hij, de trommelaar uit Oss, steunt zijn favoriete club Dynamico met luide aanmoedigingen gekoppeld aan een monotoon tromgeroffel. Donderdag viert hij zijn 58e verjaardag. “Op wereld aids-dag,” schatert hij. 14 december is een emotionele dag: “Ik ga dan naar het graf van mijn echte vader, die zou dan 100 geworden zijn.”

In Drenthe was jarenlang Graatje Hindriks actief met zijn Indinanen-outfit en trommel, in Oss en omgeving is André ‘the silent one’ van Orsouw het middelpunt. Kent veel clubs, heeft veel vrienden die hij allemaal op zijn eigen manier benadert of soms met pittige reactie op social media ‘de les leest’. Hilarisch zijn reacties en opmerkingen.

PUBLIEK

Thuis, in de Rosheuvel de grote trommel, bij uitduels de wat kleinere uitvoering. Sommigen vinden dit ‘cool’. “Meestal zit er weinig publiek om me heen. In Arnhem vond een mevrouw dat ik alleen maar mocht trommelen als wij een doelpunt maakten. Bij Quintus speelden we een belangrijke wedstrijd, als we die wonnen stonden we op kop en mochten we tegen Aristos voor promotie spelen. Ik moest ik stoppen met trommelen, daar zit dus raar publiek,” kijkt de immer vriendelijke en goedlachse trommelaar terug op dat voorval voordat zijn favorieten in Beek aantreden tegen koploper BFC. “Er stond echt een bordje bij de ingang van de avond tevoren toen de damesploeg Europees speelde: Laat je horen!” grinnikt hij. “In Emmen liep een mevrouw na een paar minuten al de zaal uit!” Hij kan er om lachen. “Als je achter staat, moet je supporteren, dat doe ik dus altijd.”

BFC-doelman Jordy Govaarts bezig met de warming up, foto Reza

Van Orsouw is een vlotte prater, een druk baasje. Dat was vroeger al zo. “De eerste die het lukt om André stil te krijgen, moet nog geboren worden, zei mijn moeder altijd.” Een hartstochtelijke supporter bovendien. Zijn leven draait, naast zijn parttime werkzaamheden, om het handbal van zijn kluppie uit Oss. Met enige regelmaat geeft hij zijn volger op Facebook een inkijkje in zijn kookkunsten. Kris kras door zijn herinneringen die hij als een wandelende encyclopedie uit zijn mouw schudt. Hij drinkt geen alcohol, sinds vorig jaar heeft hij de diagnose MDS, verzmelnaam voor beenmergstoornissen waarbij de productie van bloedcellen is verstoord. "De voorloper van leukemie voor mensen van boven de zestig. Het raakt 700 tot 900 mensen die te weinig witte bloedlichaampjes aanmaken,” legt hij met nog wat andere medische termen uit. “Schreeuwen doe ik niet meer zo hard, moet me nu een beetje rustig houden!”

JEUGDTEAMS

Vrouwenhandbal? Mwah, niet echt. “Ik ga veel naar onze jeugdteams kijken, ken iedereen.” En, iedereen kent André. Iedereen loopt met hem weg. Reageert in zijn eigen ‘taaltje’ op alle mogelijke berichten op Facebook waarin hij meestal afsluit met zijn standaard opmerking ‘gr vd trommelaar uit oss’. Of: ‘slaap lekker fazeboekers’.

Een ding is duidelijk: André heeft op zijn manier een enorme kennis van het handbal. Heeft oog voor details als bijvoorbeeld ergens een uitslag fout vermeld staat. Naast zijn favoriete ploeg uit Oss is hij ook een enorme fan van onder meer Kielce-doelman Andreas Wolff en de Spanjaard Alex Dujshebaev. THW Kiel is zijn favoriete club. Herinnert zich nog de klap die Joachim Deckarm in 1979 kreeg in Tatabnaya waardoor hij voor de rest van zijn leven verlamd raakte. En, niet te vergeten, de ‘Kempa-trick’ uit de jaren zestig. Niets ontgaat hem. Ontvangt veel souvenirs die hij met liefde bewondert en bewaart. Geluk zit ook bij André in het kleine gebaar. Kijkt veel handbal op televisie, of live stream. Noemt uitslagen en tussenstanden, promoties en spelers uit vroegere tijden bij naam. Met het geheugen is waarlijk niks mis.

                                            “AAN EEN DOOD PAARD GA IK NIET TREKKEN”

Als geen ander richt hij zich ook tot de eigen spelersgroep die hij aanspoort om vooral “op tijd naar bed te gaan: er wacht een zware wedstrijd tegen Arnhem,” heet het dan. André als assistent-coach van Damir Josipovic. “Die jongens kunnen vanwege hun werk maar twee keer trainen. Het moet leuk blijven. We zullen nooit een echte topclub worden en in de BENE-League gaan spelen. Daar hebben wij de spelers niet voor,” klinkt het duidelijk. “Spelers werken in de bouw of op de boerderij. Zijn allemaal vrienden die vanuit de afdeling zijn opgeklommen. Na de wedstrijd gaat het ook om de gezelligheid,” geeft Van Orsouw aan. En daar is niks mis mee. Toch had hij het bij het begin van het seizoen even lastig, met zeven nederlagen op rij. “Als we de volgende niet winnen, ga ik naar de tweede ploeg kijken,” spoorde hij de hoofdmacht met zijn uitspraak aan. “Aan een dom paard ga ik niet trekken!”  Bij het duel in Beek stokte zijn tromgeroffel, af en toe drukte hij zijn stok nog eens op het vel. Het zat er voor André en zijn ploeg niet in. Na afloop in gezwinde spoed richting Oirsbeek om de tweede ploeg aan het werk te zien tegen Zwart Wit. Met zijn trommel. Maar dat duel werd gestaakt.

André meldt ddaarover het volgende op Facebook: "1 keer terecht verloren v bfc en 1 volkomen stom verloren eigen schuld want leon de drecteur stond niet op h wedstrydformulier tsjonge tsjonge pannenkoeken dat we zijn."

HET BEGIN

1966 begon ontstond het handbal in zijn regio, HAVOS en de KPJ waren de eersten. Clubs die inmiddels zijn opgegaan in nieuwe verenigingen. Dynamico, ontstaan uit Olympia ’89 en DOS ’80 bestaat pas enkele jaren. Van Orsouw maakte alles mee. Bij DOS speelde hij tot zijn 36e. “Links hoek of opbouw. Kon wel aardig schieten, maar verdedigen vond ik leuker en was daar best goed in. Zeg maar gerust een beetje lomp. Maar nooit een rode kaart. Ja, eentje,” herinnert hij zich, “hier op een toernooi in Beek. Als ik een tijdstraf kreeg, speelde ik daarna wat meer met de handrem op.”

Hij onthoudt heel veel van de duels die hij ziet. “Je hebt in elke ploeg waterdragers en luxe paarden. Dan is het niet moeilijk om die luxe paarden een beetje aan te pakken en daar als tegenstander je voordeel mee te doen,” klinkt het als een echte trainer. “Anticiperen, schaken of dammen. Je moet de tegenstander met je eigen tactiek niet nog beter te maken. Handbal zit in je hoofd.” Tussen neus en lippen krijgt het gesprek een plotse wending naar Györ en Kielce. Niets ontgaat hem. “Die Nederlandse voorzitter, die Servaas, is dat een Limburger?” Hij luistert aandachtig naar de informatie die hij krijgt. Je ziet aan zijn lichaamshouding dat hij dat weer ergens in zijn geheugen opslaat.

PROFILEREN

Het Verbond krijgt een tik. “Handbal in Nederland is een damessport, vertelde ooit iemand. Ze moeten meer investeren in jeugdhandbal, ook bij de jongens. Handbal ook beter uitdragen. Is niet echt bekend. Profileren, te weinig mensen weten wat handbal is. Schaatsen, voetballen, wielrennen, formule 1 zijn de bekendste sporten. Handbal is spectaculair. Beter aan de man brengen, dat moeten mensen doen die daar voor gestudeerd hebben.”

De passie voor het handbal zit heel hoog. Zijn wereld, zijn vrienden. In het leven van André van Orsouw speelt handbal de hoofdrol. Niets ontsnapt aan zijn aandacht. André is André. 

cover André van Orsouw op zijn plekje op de tribune, onafscheidelijk met zijn trommel

foto Reza

Deel dit bericht