Nieuws

DEEL 3: TOPCLUBS KOESTEREN BENE-LEAGUE

Door Peter Lotman en Frits Feuler - Elk jaar laait de discussie weer op over het voortbestaan van de BENE-League. Dit keer extra actueel, omdat geen enkele ploeg uit de eredivisie wil promoveren en Houten de licentie heeft teruggegeven. De meningen zijn verdeeld. Hieronder - in meerdere afleveringen - de visie van de vijf Nederlandse ploegen, met een duidelijke boodschap. De motivatie van Houten om volgend seizoen niet meer te starten, is bekend en is het uitgangspunt geweest voor deze bijdrage.

In deel 1 kwamen Houten (Dick Jacobs), Bert Bouwer en René Romeijn (Aalsmeer) met hun verhaal. In aflevering twee liet ook Quintus (Henri Reijgersberg) weten waarom werd afgezien van promotie. En Volendam evalueerde met coach Hans van Dijk en manager Joost Ooms.

In deze derde aflevering komt het technisch duo Joop Fiege en Manuel Kremer namens JD Techniek Hurry-Up aan het woord. Coach Jo Smeets en Frank van den Beucken (Technisch Beleid) verwoorden de gedachten van Herpertz Bevo HC.

                      JOOP FIEGE EN MANUEL KREMER, TRAINERS JD TECHNIEK HURRY-UP:

Hoofdcoach Joop Fiege, gepokt en gemazeld in het Nederlandse en internationale handbal, keerde na een half seizoen met Initia Hasselt met de ploeg uit Zwartemeer terug in de BENE-League. Ook hij laat, na de dertiende editie van het net afgelopen BENE-League-seizoen, zijn gedachten gaan. Positief kritisch.

Hurry Up is de ploeg met verreweg de meeste uren in de bus en reiskosten. Maar Fiege bekijkt dat financiële aspect positief: “De kosten vallen ons inziens nog wel mee, hoewel we dus de ploeg zijn die de meeste kilometers van iedereen moet maken. Maar dat zal een niveau lager niet de helft zijn, zeg maar. Voor de rest is het niet enorm veel duurder dan bijvoorbeeld spelen in de eredivisie.”

VORM VAN DE DAG

Fiege en Kremer weten inmiddels dat spelen in de BNL zeer interessant is. “Je hebt geen enkele makkelijke wedstrijd, veel ploegen zijn aan elkaar gewaagd en de vorm van de dag kan bepalend zijn voor winst of verlies. Het algemeen niveau van ploegen die structureel in de BNL spelen wordt alleen maar hoger en hoger.”

                              

                                        Hurry-Up-coach Joop Fiege instrueert, foto Hans Khoe

In het hoge noorden heeft de ploeg over lokale media helemaal niets te klagen. “Podium tv, RTV Drenthe en de schrijvende pers weten ons zeer goed te vinden,” aldus Fiege en Kremer. “De landelijke media is wel een probleem: het zou tof zijn als er op centraal niveau een deal wordt gesloten met ZIGGO of NOS om bijvoorbeeld elke zondag een wedstrijd van de BNL live uit te gaan zenden. De Oranjedames moeten deuren hebben geopend voor onze prachtige sport. We denken dat we op het gebied van A). landelijke bekendheid en B). BNL-sponsors nu echt stappen moeten gaan maken om die bekendheid van de BNL meer op te gaan krikken.”

Over de toeschouwersaantallen bij thuiswedstrijden hoor je Hurry-Up niet klagen. “We zitten in een luxe positie, zeer veel publiek bij elke thuiswedstrijd, Het leeft in Zwartemeer met gemiddeld 550-600 mensen. Maar we denken dat we, samen met Bevo, de enige twee clubs zijn die deze aantallen elke twee weken binnen halen. Voor alle andere BNL-wedstrijden spelen we voor 50-100 publiek, met name de uitwedstrijden naar België zijn wel bedroevend qua aantal toeschouwers.”

TUSSENJAAR

Ook voor de Drenten kwam er een onverwacht einde aan de competitie. “Enorm onbevredigend. Voor ons als ‘provincieclubje’ zouden we eindelijk echt gaan strijden om de prijzen in de strijd om de landstitel en de beker. Na een geweldige start van het seizoen werd het daarna wat wisselvalliger maar we hebben laten zien dat we voor niemand bang hoefden te zijn. Niemand komt graag naar Zwartemeer en niemand zal denken dat het daar wel eventjes een gemakkelijke avond gaat worden. Zeker is dat alle – zeker de Nederlandse - topclubs ons totaal niet meer onderschatten. Zorgwekkend blijft voor de Nederlandse ploegen de schijnbaar enorm sterke financiële positie van de Belgische teams die veel meer door de plaatselijke en regionale overheden worden gesteund.”

In dat licht bezien kijken Fiege en Kremer ook naar verbeterpunten. “Die zitten met name in het ‘verkopen’ van het product BENE-League. Gegarandeerde televisietijd op de landelijke tv, het vinden van een naamsponsor, ‘ergens’ om gaan spelen. De winnaar speelt nu in principe alleen om de eer. Er zouden Europese startbewijzen aan moeten hangen, prijzengeld voor de eindrangschikking. Nu spelen de nummers 6 t/m 9 eigenlijk op 3, 4 wedstrijden van het einde nergens meer om. Dat zie je bijvoorbeeld ook in de laatste uitslagen van Tongeren en Hurry-Up. Het gaat dan nergens meer om. Er zou een bruggenbouwer moeten komen die de belangen van zowel alle Belgische als Nederlandse clubs evenwichtig behartigt richting externe partijen. Nu merk je dat beide landen – en nationale bonden – toch vaak nog zelf optrekken.”

Over de toekomst geeft het duo ook nog enkele voorzetten. “Nu zijn we op een punt waarbij we met zijn allen heel goed moeten gaan denken wat haalbaar is in deze tijd. We hebben te maken met een grensoverschrijdende competitie, met regeringen die heel verschillend reageren en compleet verschillende opvattingen hebben over hoe en wanneer er welke restricties worden genomen en wanneer er weer wat mogelijk is.”

Ook een tussenjaar, met alleen maar een Nederlandse en Belgische competitie, is iets om over na te denken. “Maar dan wel met de doelstelling om volgend jaar weer een volwaardige  BNL op te starten. Als Hurry-Up geloven we in deze BNL-formule, het niveau gaat duidelijk omhoog. Als we internationaal in de toekomst mee willen doen hebben we deze springplank nodig voor onze jeugdige talenten om zich te kunnen vormen voor het nog grotere werk.”

                                                JO SMEETS, TRAINER/COACH HERPERTZ/BEVO:

Ook voor de Belgische coach van Herpertz Bevo, Jo Smeets, zijn zaken buiten het technisch deel moeilijk in te schatten. “Daar heb ik als trainer weinig of geen zicht op, maar kan me best voorstellen dat de kosten hoger liggen. Dit hang ook samen met de geografische ligging. De centraler gelegen verenigingen hebben bijvoorbeeld minder vervoerskosten.”

Maar Smeets is niet te ‘beroerd’ om ook in oplossingen mee te denken. “Een oplossing zou kunnen zijn dat de BNL op één of andere manier commerciële oplossingen en partners gaat zoeken, en langs die weg clubs wat financieel zou kunnen ondersteunen. Te denken is dan aan tegemoetkoming in scheidsrechters- en vervoerskosten, prijzengeld etc. Het boijft jammer dat we geen gelden kunnen genereren uit televisierechten.”

                                             

                                               Jo Smeets en zijn collega Bert Bouwer bij de Super Cup 2018

Over het getoonde niveau kan de Bevo-coach meer dan tevreden zijn. “Er wordt op een meer dan behoorlijk niveau gespeeld. Zowel in België als in Nederland wordt de kloof met de respectievelijke 1e nationale en eredivisie steeds groter. Dat is een gegeven.”

MEDIA

De media-aandacht, een belangrijke pijler in de uitbouw en het aanzien van BNL, kan altijd beter. “In Limburg is de aandacht in de, weliswaar regionale pers, voldoende, zowel voor LIONS als Bevo. Maar om echt een plaats te krijgen in de nationale media moet er dringend meer publieke belangstelling komen.” Hij plaatst een punt van kritiek bij de het aantal toeschouwers bij de duels. ”Die waren, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, van niet echt schitterend tot ronduit onvoldoende te noemen. Ik zie vooral in sommige Belgische zalen soms amper toeschouwers zitten. Althans, veel te weinig voor dit handbalniveau. Hier is voor die verenigingen nog heel wat werk te verrichten. En dat gaat niet zomaar, dat kost inderdaad veel tijd en energie van de verenigingen. Bovenal, de club moet een ziel hebben. Alles hangt een beetje samen: weinig publieke belangstelling resulteert in minder aandacht van de media, vervolgens minder interesse van potentiële sponsoren.”

Over de plotselinge stop van de competitie dan. Het coronavirus legde de boel plat. Bevo was bezig aan een goede reeks, was de enige ploeg die leider Bocholt drie van de vier punten afsnoepte. Vreemd genoeg werden de dubbele punten vervolgens ingeleverd aan Visé en Sporting Pelt. Met een gedeelde tweede plaats met LIONS als resultaat.

AANDEEL BUITENLANDERS

“Het einde van dit seizoen was voor alle verenigingen, niet alleen in het handbal, natuurlijk een anticlimax. Voor wat de BNL zelf betreft blijft m.i. het pijnpunt de toeschouwersaantallen én het feit dat de Nederlandse clubs niet kunnen tornen aan de meer kapitaalkrachtige verenigingen in België. De spankracht in de competitie speelde zich, dit seizoen zeker, voornamelijk af tussen de plaatsen 2 en 5. De kloof met Bocholt was erg groot. Het verschil tussen 5 en 6 bedroeg ook al 9 punten.

Smeets denkt ook mee over verbeterpunten. “De BNL moet meer worden gecommercialiseerd en als product worden verkocht aan de media. Maar naar ik verneem, beweegt er niet veel op dat vlak. Ook hier is in eerste instantie meer publieke belangstelling nodig om partners te vinden. Verder moet het aantal buitenlanders in loondienst absoluut omlaag, er moet worden gefocust op opleiding en doorstroming.”

Dan kruipt hij even in de rol van assistent van de Belgische nationale ploeg. “Afgelopen seizoen waren er maar liefst 38 buitenlanders actief op de Belgische velden (waarvan 20 Nederlanders), tegenover een 16-tal in Nederland, met als uitschieters Hurry-Up met een zevental en in België Sporting Pelt met zo maar eventjes tien buitenlanders waarvan acht Nederlanders. De buitenlanders in de Belgische teams maken zowaar een kleine 40 % van het totale spelerspotentieel uit. Als men ervan uitgaat dat die meestal een basisplaats bezetten wordt het gemiddeld aandeel in de basisopstelling 75%. Vooral het Belgisch nationale team gaat daar, met een verderzetting van dit beleid, in de toekomst bij een generatiewissel, zware gevolgen van dragen. Nogmaals, de focus zou op opleiding en doorstroming moeten liggen.”

Voorbeelden? Smeets weet waar hij over praat: “Een systeem zoals in het Belgisch basketbal zou bijvoorbeeld soelaas kunnen bieden: een maximum aan buitenlandse spelers op het wedstrijdformulier. Dit is in 2011 in het leven geroepen onder de actie ‘Red Belgisch basketbal’ met daaraan gekoppeld een vorm van licentiesysteem. De nationale ploeg is sedertdien aan een opmars bezig.” Terug naar het handbal: “Ik heb echter begrepen dat vooral de Belgische handbalclubs daar geen oren naar hebben.”

Linksom of rechtsom, Smeets ziet wel degelijk kansen voor een succesvolle BNL. “Het concept ‘BENE-League’ is te mooi om geen verdere vooruitgang te ambiëren. Om dit avontuur te laten evolueren én leefbaar te houden is er daadkracht en visie nodig. Indien we terug zouden gaan naar de eigen competitie in eerste nationale/eredivisie, moeten we geheid aan kwaliteit, niveau, trainingsarbeid inleveren. Daarom wil ik wil hier een lans breken naar iedereen die handbal hoog in het vaandel draagt: iedereen als één man achter dit concept gaan staan en hard blijven werken om dit project verder uitbouwen zodat het niveau nog naar een hoger niveau zal gaan en we aansluiting kunnen vinden in Europa.”

                          FRANK VAN DEN BEUCKEN, TECHNISCH BELEID HERPERTZ BEVO HC:

Van den Beucken betrekt in zijn bespiegelingen het Nederlandse mannen handbal nadrukkelijk erbij. “De BNL is cruciaal voor de doorontwikkeling van het Nederlandse mannen handbal. De afgelopen 5 jaar heeft de die competitie zich sportief enorm ontwikkeld. Alléén maar dankzij het goede niveau van de BNL, met wekelijks wedstrijden op het scherpst van de snede, hebben behoorlijk wat spelers uit deze competitie ook een belangrijke rol kunnen spelen bij de Nationale Oranje selectie op de EK eindronde én in de kwalificatie reeks daarnaartoe (denk aan Samir Benghanem, Ivo Steins, Robin Schoenaker, Ephrahim Jerry, Jasper Adams, Gerrie Eijlers, Tommie Falke, etc.). Een kwalitatief goed trainingsprogramma met meer dan 10 uur per week én met de juiste intensiteit, zullen spelers alleen maar doen in combinatie met een sterke competitie op het juiste niveau, met wekelijks spannende wedstrijden. Zonder de BNL gaan spelers weg naar het buitenland of ze stoppen vroeger. Voor jonge aankomende spelers is deze grensoverschrijdende competitie een mooie brug naar de internationale handbaltop.”

ONTWIKKELING

Wat de krachtsverhoudingen betreft tussen de Belgische en de Nederlandse ploegen vindt Van den Beucken dat de BNL zich goed heeft ontwikkeld. “De afgelopen jaren zaten er altijd zowel Belgische én Nederlandse teams bij de Final4. Geen BNL is sportief gezien ondenkbaar. In een Nederlandse ere-divisie met 16 teams, zou betekenen dat de BNL-ploegen 5 tegenstanders hebben met echte spannende wedstrijden en 10 tegenstanders met een groot niveauverschil. Een enorme stap terug in de ontwikkeling van het Nederlandse mannen handbal!” weet Van de Beucken op voorhand. “Het mannen handbal zat de laatste jaren ook duidelijk in de lift, daarom ook de BNL voortzetten en de verbeterpunten rondom organisatie en marketing moeten gezamenlijk opgepakt gaan worden.”

 

Hoe dat volgens Van den Beucken zou kunnen gebeuren? “Vermarkten van de handbalsport! Dat is dé grote uitdaging voor de komende jaren in zowel België als Nederland zoals dat in veel Europese landen wel al veel beter gebeurt. Hier is nog veel werk te doen: de hallen moeten overal vol komen met fans. Samen oppakken met de Belgische ploegen. Dat is een kwestie van hard werken, leren van elkaar, en samenwerken. En dat kost gewoon tijd,” denkt Van den Beucken.

                                             

Hij kijkt daarbij met een schuin oog naar zijn eigen club: “Bij  Bevo HC hadden we afgelopen seizoen bij de meeste BNL- wedstrijden al een volle hal, een duidelijke groei ten opzichte van het voorgaande jaar. Daar moest wel wat voor gebeuren. Vrijwilligers binnen de vereniging hebben daar voor gezorgd, door bijvoorbeeld structureel groepen jeugd van basisscholen uit te nodigen met hun ouders, of andere sportverenigingen uit de regio (voetbal, volleybal, enz.). Door deze mensen in de hal te krijgen en kennis te laten maken met de kernwaarden van de handbal sport (Dynamisch, Teamspirit, Effectief, Unieke sport) doe je aan klantenbinding. Een aantal van hen wordt  enthousiast en komt weer terug. Zo groeit de publieke belangstelling!”

SOCIAL MEDIA

Een ander aspect dat Van den Beucken aanstipt zijn de belangrijke social media. “Als club constateren we een duidelijke groei – nu ongeveer 7500 - op social media (Facebook, Instagram, Twitter, etc). Interessant voor veel bedrijven in de regio. De in september 2019 vernieuwde Bevo-livestream trekt 1000+ viewers. Belangrijk om de bekendheid van handbal te vergroten in de regio waar we met z’n allen aan werken. Samen met de enorme boost die de successen van de Nederlandse dames heeft opgeleverd, moet ook het Bene-League handbal daarmee verder groeien de komende jaren.”

cover: Hurry-Up na het gewonnen duel tegen Volendam

foto: archief HSP /  Tina Kolthof

 

 

Deel dit bericht